Seega is een heel oud spel waarbij je de stukken van je tegenstander probeert te slaan. In sommige delen van Noord-Afrika worden nog steeds partijen gespeeld, hoewel er in sommige landen varianten bestaan.
Je speelt het op een spelbord van 5x5 en elke speler heeft 12 stukken. Het spel heeft twee fasen: eerst worden de stukken op het spelbord geplaatst, daarna worden ze verplaatst en geslagen.
Om de beurt plaatst elke speler twee van zijn stukken op het spelbord tot alle vakken bezet zijn. Het middelste vak vormt de uitzondering: dat moet leeg blijven.
Tijdens het plaatsen van de stukken wordt er niet geslagen.
Als de stukken op zijn, begint de tweede speler aan de fase waarin je verplaatst.
Om de beurt verplaatst elke speler een stuk orthogonaal naar een aangrenzend leeg vak. Stukken worden geslagen door ze in te sluiten, dat wil zeggen wanneer een stuk van de tegenstander tussen twee van jouw stukken staat - maar alleen verticaal en horizontaal.
Een stuk op het middelste vak is veilig en kan niet geslagen worden.
Telkens wanneer je een stuk slaat, mag je nog een keer spelen.
Als je aan de beurt bent en geen stuk kunt verplaatsen, sla je je beurt over tot er een geldige zet mogelijk is.
Wie alle stukken van de tegenstander weet te slaan, wint. Als er echter 20 zetten achter elkaar geen stuk wordt geslagen, eindigt het spel en wint degene die op dat moment de meeste stukken op het spelbord heeft.
Algemene statistieken:
- 35 gespeelde potjes.
- 33 overwinningen en 2 gelijkspelen.
- Gemiddeld 68 zetten per potje (max: 123, min: 30).
- 8 overwinningen voor de eerste speler tegen 27 overwinningen voor een andere speler.